Woordenlijst

Hier onder vind je de verklarende woordenlijst voor de DJ.
  • A/D Converter:
    Een schakeling die een analoog signaal omzet naar een digitaal signaal. Hoe beter de bitresolutie, hoe hoger de geluidskwaliteit.

  • Actieve luidspreker:
    Een actieve luidspreker heeft een ingebouwde versterker en een actief wisselfilter. Een actieve luidspreker wordt aangestuurd door de lijnuitgangen van een versterker.

  • Analoog:
    Continue gegevens, waarbij tussen elke twee waarden oneindig veel andere waarden aanwezig zijn. Zie ook: Digitaal.

  • Antiskating:
    Bij het afspelen van een LP op een draaitafel ontstaan er door de eigenschappen van de naald en de groeven in de LP bepaalde krachten op de naald. Door deze krachten worden de naald en arm naar het centrum van de plaat geduwd. Dit beinvloed het geluid dat voorgebracht wordt. Ter compensatie wordt antiskating toegepast, ook wel dwarskrachtcompensatie genoemd.

  • Armhoogte:
    Niet alle elementen hebben dezelfde hoogte ten opzichte van hun ophangpunt. Daarom hebben sommige draaitafels (zoals de Technics SL-1200MKII) de mogelijkheid om de hoogte van de arm in te stellen. Vaak kun je de correcte instelling terugvinden op de site van de fabrikant van het element. Indien de informatie daar niet aanwezig is, zul je de correcte hoogte zelf moeten bepalen. Daarvoor zijn speciale apparaten in de handel (die echter vele malen meer dan een 1200 kosten). Voor de meeste DJ elementen volstaat echter ook een "trucje" ALS je de juiste range voor de naalddruk gebruikt. Vrijwel alle DJ elementen hebben een vlakke onderkant onder aan het plastic blokje waar de echte naald in zit (wit blokje bij een Stanton 500, zilver bij de Ortofon Pro). Deze onderkant moet zo gelijk mogelijk aan de plaat lopen (parallel). In dat geval zal de armhoogte (en de naaldhoek) behoorlijk correct zijn. Soms lees je ergens dat de arm parallel aan de plaat moet lopen (als je van opzij kijkt).

    Dit is echter een stuk moeilijker te controleren (en een stukje minder nauwkeurig) dan de eerder genoemde methode. Beide methoden kunnen echter een correcte armhoogte opleveren. Nog een opmerking over armhoogte: Als je de armhoogte te laag instelt, zal de naald als een beitel door het vinyl gaan tijdens terugdraaien. Als je de armhoogte te hoog instelt, zal de naald als een beitel door het vinyl gaan tijdens het vooruitdraaien. ALS je dus moet gokken, is het veiliger de armhoogte te laag in te stellen dan te hoog.

  • ASTS:
    Merknaam van vestax voor hun verkorte toonarm. Ook wel rechte toonarm genoemd. De vorm is niet van belang maar men heeft bij dit systeem de effectieve lengte van de toonarm verkort om zo zo min mogelijk zijwaartse krachten te generen. Nadeel van dit systeem is dat het een mindere geluidskwaliteit geeft.

  • Audio Interface:
    Een toestel dat een analoog audio signaal omzet naar een, voor de computer begrijpbaar, digitaal signaal, en omgekeerd. Waar de analoge wereld gebruikt maakt van electronische spanningsverschillen om een signaal door te geven, werken computers met discrete bits. Het electronisch signaal moet eerst "gesampeld" worden door een audio interface vooraleer het digitaal kan verwerkt worden. Het omgekeerde moet gebeuren vooraleer bv een speakerset het opgenomen geluid kan weergeven.

  • Aux Auxiliary:
    - Een versterker (voor-, geintegreerd of tuner-) bevat meerdere ingangen. Op deze ingangen kunnen verschilllende bronnen worden aangesloten (bijvoorbeeld een CD-speler). De Aux. Is de reserve ingang. Op de Aux kan elke willekeurige signaalbron worden aangesloten. Omdat de gevoeligheid laag is, (vanaf ca. 150mV) is de Aux echter niet geschikt voor MC- of MD-element.
    - Aftakking op een kanaal van de mengtafel om het betreffende signaal naar effecten, monitors of een andere zone uitgang te sturen.

  • BPM:
    Beats Per Minute, maat voor het tempo van een nummer.

  • Backspin:
    Plaat op de draaitafel een zet geven zodat hij even achteruit loopt, je hoort de muziek dus (snel) achterstevoren.

  • Beat assist:
    Knop waarop je in het tempo van een nummer kunt tikken, waarna een beatcounter dat tempo aangeeft.

  • Beat juggling:
    Eigenlijk live loops laten spelen door een kort stukje op afwisselend de ene en de andere tafel af te spelen.

  • Beatcounter:
    Display op CD-speler of mixer die het tempo van een nummer automatisch weergeeft.

  • Beatmixen:
    Techniek van een DJ om twee verschillende nummers met hetzelfde tempo naadloos in elkaar te laten overlopen. Als je het goed wilt doen moet je er ook rekening mee houden dat je het op een muzikaal logisch moment doet.

  • Booth:
    De werktafel van de DJ, met de draaitafels en mixer er op, de speakers, etc.

  • CD-RW:
    CD-RW discs zijn discs die met een rewriter beschreven en ook weer gewist kunnen worden (vergelijkbaar met een MD). Aangezien een CD-RW moeilijker uit te lezen is dan een gewone CD of een CD-R (CD-Recordable), kunnen spelers die voorzien zijn van een speciaal stukje elektronica deze CD-RW discs gegarandeerd uitlezen. De spelers die CD-RW discs kunnen lezen zijn i.h.a. voorzien van het "multi-read" logo.

  • Cinchplug:
    RCA plug, Ook wel tulp­plug genoemd vanwege de vorm. Gangbaar in de HiFi wereld, niet in PA's.

  • Compressor:
    Apparaat dat het volume constanter maakt. Zachte geluiden worden dus harder gemaakt, harde zachter.

  • Connector:
    Aansluiting.

  • Crossfader:
    Schuifregelaar om het volume van twee verschillende kanalen vloeiend te kunnen laten overlopen elkaar

  • Crossfadercurve:
    Hiermee stel je de werking van de crossfader in op je eigen voorkeur. Wat je regelt is de manier waarop een beweging van de crossfader het volume van de kanalen beïnvloedt.

  • Cueing:
    Luisteren naar een plaat of CD via je koptelefoon om het startpunt op te zoeken, om tempo's aan te passen ed.

  • Cutting:
    Het mixen van korte stukjes van een nummer door een ander heen

  • D/A Omzetting:
    Een schakeling die van een digitaal signaal een analoog signaal vormt.

  • DAC D/A Converter:
    Een apparaat voor het omzetten van digitale signalen naar analoge signalen. De geluidskwaliteit gaat omhoog naarmate de bitresolutie hoger wordt.

  • DAT Digital Audio Tape Recorder:
    Een digitale audio recorder waarbij een magneetcassette gebruikt wordt. De tape loopt tijdens de opname en weergave over dezelfde soort koppen als bij een videorecorder.

  • Decibel (dB) Decibel:
    Een eenheid die geen absolute , maar relatieve waarde heeft en waarmee onder meer de (logaritmische) verhoudingen tussen geluidssterkten worden aangegeven. Een geluidssprongetje van 3 dB kan het oor nog juist waarnemen. De onderste gehoordrempel wordt als 0 dB aangegeven, de maximaal verwerkbare geluidssterkte bedraagt 120 dB (pijngrens)

  • Delay:
    Letterlijk 'vertraging'. Apparaat dat het binnenkomende signaal vertraagt. Klinkt als een echo. Vaak gebruikt op gitaarsignaal, ook wel op de zang. Bij erg grote zalen, in hallen en stadions wordt een delay ook gebruikt om het tijdverschil dat ontstaat door de grote afstanden tussen de verschillende groepen PA boxen te compenseren, dus om te voorkómen dat je echo's gaat horen!

  • Digitaal:
    Digitaal heeft betrekking op discrete gegevens, waarbij tussen twee willekeurige waarden slechts een beperkt aantal waarden mogelijk is. Digitaal staat tegenover analoog.

  • Digitaal Signaal:
    Een signaal wat gebaseerd is op digitale technieken. Zie ook: Digitaal.

  • DIN-plug:
    Drie- of vijfpolige verbindingsplug voor audio-apparatuur. Voor kwaliteitsdoeleinden is de RCA,Tulp of cinchplug te prefereren.

  • DJ:
    Disc Jockey

  • Driver:
    Een driver is een speakerunit (tweeter, woofer of een middentoner).

  • Dub:
    dub-mix is een mix zonder vocalen.

  • Dynamische microfoon:
    Meest gebruikelijke microfoontype. Heeft geen voedingsspanning nodig. Meestal richtinggevoelig en bedoeld voor 'close­miking', opnemen van dichtbij de geluidsbron.

  • Eindversterker:
    De eindversterker levert het vermogen dat wordt doorgestuurd naar de luidsprekers. Er zijn meerdere soorten eindversterkers: mono-, stereo- en multichannel eindversterkers.

  • Elliptische naald:
    Afspeelnaald die de vorm van de snijbeitel dichter benadert dan de ronde naald en daardoor de fijnste groeftrillingen beter kan volgen. Resultaat: zeer goede hogetonenweergave en minder plaatslijtage.

  • Equalizer:
    Een hulpmiddel dat het mogelijk maakt de "vorm" van het geluidsspectrum aan te passen aan de geluidskarakteristieken van een kamer/zaal. Voor serieus beatmixing (in Nederland noemen we dat gewoon mixen) is een toonregeling per kanaal zeer handig en bijna noodzakelijk. De meeste DJ mixers bieden een 3-voudige EQ per kanaal, een regelaar voor de bass (lage tonen), een regelaar voor het midden (stemmen en instrumenten) en een regelaar voor het hoog (bekkens e.d.). Deze EQ wordt op microfoons gebruikt om de verstaanbaarheid zo goed mogelijk te maken. De DJ gebruikt deze EQ ook om de muziek te accentueren en/of te verzwakken. Zo is het bijvoorbeeld handig om tijdens de beatmix-overgang de Bass van het nieuwe liedje te dempen (bass "dicht") en dan tijdens de overgang in de muziek te draaien. Dit voorkomt het "bass phasing" effect waarbij de bassen van de verschillende liedjes elkaar gaan tegenwerken. De beste suggestie om de EQ op een mixer te testen is: Speel er eens mee. Houdt er wel rekening mee dat het ver opendraaien van een regelaar (vooral bass en hoog) gevaarlijk voor de geluidsinstallatie kan zijn. Dempen is goed (en kan geen kwaad), benadrukken mag alleen met mate. Blijf ALTIJD luisteren naar wat je doet (en houdt de meters in de gaten).

  • E.P.:
    Extended Play

  • ESP: (electronic shock protection)
    ESP is een stukje geheugen in een apparaat wat bij wijze van spreken een stukje voor uit leest en deze op slaat in een geheugen en vanuit het geheugen af speelt. Je ziet dit vooral terug bij DJ cd spelers. ESP is bedoeld om de incidentele klap op te vangen. Een apparaat wat continu door elkaar wordt geschud zal NIETS aan ESP hebben. Het is dus evengoed zaak om ervoor te zorgen dat je speler (ook al is deze voorzien van ESP) op een stabiele ondergrond te zetten. Hetzelfde geld overigens voor MD spelers (die eigenlijk niet zoveel verschillen van CD-spelers)

  • Fader:
    Dit is de schuif waarmee je het niveau van de muziek PER KANAAL regelt. Een veel gemaakte fout is dat veel DJ's de ingangs-regelaar (zie eerder) te hard instellen en daardoor de fader maar een klein stukje opendoen. De correcte manier is om de gevoeligheid eerst in te stellen met de ingangs-regelaar en de kanaal-fader daarna te gebruiken om het signaal in te faden. Voor radio wordt de fader meestal tot 80% gebruikt (zie ook maar eens goed op de diverse mixers; daar staat vaak 0dB naast), voor mixen vinden veel DJ's het handiger om de totale fader te gebruiken (tot 100% of +6dB op de professionele mixers). Dit niveau-verschil moet dan weer gecorrigeerd worden door de ingangs-regelaar wat lager te zetten (op -6dB voor een Dateq) OF (minder goed maar we noemen het toch) door de master 6dB naar beneden te doen.

  • Fader start :
    Bij het openschuiven van de fader wordt een intern contact in de mixer gemaakt of verbroken waardoor de cd-speler of platenspeler direct wordt gestart. Dit wordt vooral toegepast in de radio-wereld.

  • Filterbank (zie ook VCF):
    Afkomstig uit oude synthesizers, een filter om het geluid te vervormen, gebruikt door DJ's

  • Flutter:
    Flutter is een snelheidsafwijking die in tegenstelling tot "wow" een hoge frequentie heeft. Door de snelheidsveranderingen die optreden stijgt en daalt de toonhoogte van de weergegeven muziek kort op elkaar en ontstaat een stotend en onrustig geluidsbeeld. Flutter wordt verzoorzaakt door o.a. een slechte voeding, concentrische aandrijfwielen of een slechte kwaliteit motor.

  • F.O.H.:
    Front of house. PA gedeelte dat het geluid in de zaal versterkt, zoals de zaalmengtafel, de boxen die op het publiek gericht zijn etc.

  • Frequentiebereik:
    Frequentiebereik duidt op de frequentie die weergegeven of waargenomen kan worden. Het menselijk oor heeft een frequentiebereik van ongeveer 16 tot 20.000 Hz, afhankelijk van factoren als leeftijd en natuurlijke aanleg.

  • Gain:
    De 1e voorversterkingstrap en is bedoeld om het aangeboden ingangs signaal tussen 2 kanalen te balanceren.

  • Gear:
    DJ gear Spullen die een DJ gebruikt, dus draaitafels, mixer, etc.

  • Geluidsterkte:
    Het niveau in decibel van het geluid.

  • Groovebox:
    Drumcomputer voor DJ's, hiermee kun je drumgrooves maken met allerlei ingebouwde sounds, drumloops programmeren en opslaan, enz.

  • Hoofdtelefoon/Headphone:
    Systeem waarbij kleine luidsprekers direct op de oren worden geplaatst. Doordat het geluid zeer dicht op het oor wordt weergegeven kan de geluidskwaliteit en -beleving heel hoog zijn. Er zijn verschilllende soorten hoofdtelefoons. Een Hoofdtelefoon wordt ook wel een Koptelefoon genoemd.

  • Hamster switch:
    Draait de werking van de crossfader om: linker crossfaderkanaal wordt rechter en omgekeerd. Voor turntablists.

  • Impedantie:
    De impedantie is de weerstand die een wisselstroom in een spoel of een condensator ondervindt. Op dit principe is bijvoorbeeld ook de toonregeling gebaseerd.

  • Ingangsgevoeligheid:
    Het minimaal benodigde signaal voor het maximaal te bereiken uitgangssignaal.

  • Ingangskeuzeschakelaar:
    Met deze schakelaar kan het soort ingang gekozen worden. Meestal zie je er de aanduidingen "Mic, Line en/of Phono" staan. De mic aanduiding is duidelijk; deze wordt gebruikt als er microfoons op aangesloten worden. De Line ingang wordt gekozen als er signalen zoals een cassettedeck, MD-speler, Sampler of CD-speler op aangesloten worden. Als er gebruik wordt gemaakt van draaitafels, wordt de Phono stand gekozen. Deze stand is qua gevoeligheid ongeveer gelijk aan de microfoon stand; alleen wordt er ook een extra speciaal filter ingeschakeld; het RIAA filter. Dit filter zorgt ervoor dat alle tonen op correcte sterkte worden weergegeven.

  • Ingangsregelaar (gain):
    Deze bevindt zich vaak helemaal aan de bovenkant van een kanaal. Deze regelaar wordt gebruikt om de ingang zodanig af te stellen dat het signaal niet te zacht (slecht voor de signaal/ruis verhouding) maar ook niet te hard (dit vervormt het signaal) binnenkomt. Op veel mixers is de hoogte af te lezen door de VU meters (meestal led balkjes in de nieuwere mixers) het ingangsniveau weer te laten geven. Zet de (eventueel aanwezige) toonregeling in de middenstand en regel de ingangsregelaar zodanig af dat de meters pieken op 0dB (staat meestal wel aangegeven naast de VU meter).

  • Jackplug:
    Langwerpige connector voor audiosignalen. Deze bestaat in twee uitvoeringen: 3,5 mm en 6,3 mm (1/4 inch) dikte. Van allebei bestaat er een mono (twee delen) en stereo (3 delen) uitvoering.

  • Jitter:
    Het op negatieve wijze beinvloeden van het oorspronkelijke kloksignaal in digitale apparatuur

  • Jog and shuttle:
    Een functie die gebruikt kan worden voor "frame-finding" en snelheidscontrole. Jog is ook de benaming voor de "schijf" op professionele cd-spelers. hiermee kunnen frames gezocht worden, pitchbend en effecten aangestuurd worden.

  • Kill-switch:
    Knop om een bepaald frequentiegebied tamelijk rigoreus weg te filteren (kill), gebruikt als effect door DJ's

  • LCD liquid crystal display:
    Een display met numerieke of grafische informatie. De display is gemaakt van materiaal wat op basis van een electrisch veld van kleur verandert.

  • Limiter:
    Apparaat dat zorgt dat een signaal niet boven een bepaald, in te stellen volume komt.

  • Loop:
    Kort stukje gesamplede muziek dat steeds herhaald wordt.

  • LP Langspeelplaat:
    Wordt ook Vinyl genoemd.

  • Master Fader:
    Deze fader wordt gebruikt om het totale niveau aan te passen. Bij een goed afgestelde installatie (die op "vol vermogen" werkt) staat deze fader meestal op 0dB. Bij mix DJ's staat deze fader soms op -6dB (zie eerder) hoewel dit wel af te raden is. Je kunt de master fader gebruiken om het totale signaal tijdens het begin van de avond wat zachter te zetten; je kunt dan toch de kanaalfaders volledig gebruiken. Vergeet NIET om tijdens de avond de master fader gelijdelijk naar boven te schuiven en NIET de ingang-regelaars van de kanalen steeds hoger te draaien. Onthoudt: Rood=(W)Rong. Sommige mixers hebben een Master potmeter (rotary) in plaats van een fader. De werking is echter exact hetzelfde.

  • Midi Interface:
    Een toestel dat gegevens van de computer vertaalt naar informatie die MIDI instrumenten begrijpen, en vice versa. Zoals een audio-interface electronische golven vertaalt in bits, zo vertaalt een MIDI-interface MIDI-commando's, die bv een synthesizer kunnen aansturen, naar een voor de computer begrijpbaar formaat, en omgekeerd. Vele geluidskaarten hebben beide aan boord, maar het zijn in wezen verschillende toepassingen.

  • Mengpaneel/Mixer:
    Een Mengpaneel is een verzameling regelaars voor het bepalen van het niveau en het samenvoegen van geluid uit verschillende bronnen voordat ze naar een versterker of opname apparaat geleid worden.

  • Microfoon:
    Een microfoon is een opnameapparaat wat bestaat uit gevoelige trilplaatjes die door luchtbewegingen in beweging worden gebracht. Deze trillingen worden omgezet in een electrisch signaal. Met een microfoon worden zo geluidsopnamen gemaakt.

  • Monitor:
    Luidspreker welke wordt gebruikt bij opname's ter controle van de opname, ook een algemen benaming voor een kleine luidspeker.

  • MP3:
    Compressie methode voor het verzenden van muziek files via internet.

  • Naaldkracht/druk:
    De neerwaartse kracht die een draaitafel naald uitoefent.

  • OEM: Original Equipment Manifacturer.
    Dit betekent niets anders als de eigenlijke producent van het product. Andere meken kopen dit product weer en mogen daar dan hun naam op zetten. Goede voorbeelden hiervan zijn Reloop, JB Systems, DAP e.d. Deze kopen dus een product bij een ander en plakken daar hun naam op. Goede voorbeelden zijn de Q30 van JB en de RP4000 van Reloop. Van binnen hetzelfde alleen de looks (buitenkant) zijn anders.

  • Optische kabel:
    Verbindingskabel welke middels optische signalen digitale informatie transporteert.

  • Overhang:
    Bij alle elementen die in de standaard "headshell" geplaatst worden (met twee schroefjes) zie je dat je het element nar voren en naar achteren kunt verplaatsen. Dit wordt de "overhang adjustment" genoemd. Deze afstelling is ervoor om te zorgen dat de naald zo correct mogelijk in het vinyl staat (met een hoek die ongeveer gelijk is aan 90 graden, van boven bekeken) zodat de fase tussen links en rechts zo correct mogelijk is (technisch verhaal, maar niet alles is even simpel).

    De overhang bij de meeste draaitafels is 15mm. Dat betekent dat de naald 15mm voorbij de spindel van het plateau gepositioneerd moet zijn. Bij sommige draaitafels kun je de arm boven de spindel (as) plaatsen en op deze manier de overhang opmeten (en corrigeren). Bij een Technics SL-1200 (en alle Numarks en Gemini's vanaf de XL-400) is de overhang ook eenvoudig af te stellen d.m.v. een liniaal. Overigens wordt de SL-1200 standaard met een apparaatje geleverd waarmee je de overhang ook af kunt stellen (maar wie bewaart die dingen nou....). Als je de toonkop (headshell) op tafel legt (met het element naar boven natuurlijk) en dan de afstand (voorzichtig) meet tussen de verdikking van het aansluitblok en de tip van de naald, dan moet deze afstand 52mm zijn.

  • Oversampling:
    Het bewerken van een digitaal signaal ter vermindering van vervorming in D/A converters.

  • Oversturing:
    Het overstijgen van het maximale ingangsniveau.

  • PA:
    Public Address. Het op het publiek gerichte deel van het hele systeem om de band te versterken. ookwel FOH (front of house) genoemd

  • Partyjock:
    Een DJ die op parties draait ookwel drive-in dj genoemd, meestal de muziek ook aan elkaar praat en dienstbaar is aan de gewenste sfeer op een feest. Te vergelijken met een coverband dus.

  • PFL:
    Veel mixers hebben per kanaal een PFL schakelaar. PFL staat voor "Pre Fade Listening". Dit betekent zoveel als "Luisteren Voor de Fader". Je kunt dus luisteren naar het kanaal zonder dat de fader van het kanaal openstaat. Dit wordt gebruikt om van te voren een liedje "scherp" te zetten maar ook om tijdens het mixen het nieuwe liedje synchroon te brengen aan het reeds spelende liedje. Op sommige mixers wordt deze schakelaar ook wel een "cue" genoemd omdat je deze optie gebruikt om een liedje te "cue-en". Helaas is dit wat verwarrend omdat cue ook staat voor starten. Je zult dus in het boekje van je mixer moeten opzoeken of ze met CUE PFL bedoelen OF starten.

  • Phones:
    Met deze regelaar regel je het volume van de koptelefoon. Pas overigens altijd op met koptelefoons. Voor je het weet beschadig je je gehoor. Hoe "cool" dat nu ook mag lijken, je krijgt je gehoor (als je het beschadigt) NOOIT meer terug.

  • Pink noise:
    Testsignaal waarin alle toonhoogtes voor het gehoor evenredig vertegenwoordigd zijn. Wordt gebruikt om de akoestiek te meten en om luidsprekersystemen te testen en te equalizen.

  • Pitch bending:
    Manier om de muziek te versnellen of te vertragen al dan niet door middel van buttons (welke terug te vinden zijn op veel cd spelers)

  • Pitch shifter:
    Manier om de toonhoogte te veranderen zónder het tempo te veranderen

  • Pitch slider:
    Schuif om de pitch (draaisnelheid van de tafel) te regelen

  • Pitch:
    Oorspronkelijk de snelheidsregelaar van de draaitafel, beïnvloedt tempo en toonhoogte tegelijk. Vroeger gebruikt om de toonhoogte van een nummer aan te passen aan je piano (elke keer omlaten stemmen is wel erg duur ;) ) Tegenwoordig gebruikt om 2 verschillende platen/cd's in het zelfde tempo te laten draaien.

  • Potmeter of Potentiometer:
    Regelaar voor elektrische signalen (volume, balans, tonen).

  • Producen:
    Je eigen muziek samenstellen in een (home-) studio, met remixen, samplen, synthesizers, drumloops etc.

  • Randapparatuur:
    Allerlei apparaten voor het bewerken van het geluid, zoals delay, reverb, equalizer, spectrum analyzer, etc. Hiervoor geldt sterk: meer is niet altijd beter!

  • RCA (kabels):
    The Radio Corporation of America (kabels)
    Deze kabel is ontwikkeld in de jaren `70 door "The Radio Corporation of America" (vandaar dus RCA).

    Dit zijn de kabels met tulp-stekkers die rood voor audio rechts, wit voor audio links en geel voor video zijn.

  • Reverb:
    Van 'Reverberation' = nagalm. Apparaat om op kunstmatige wijze een akoestiek te suggereren.

  • Rider:
    Technische specificaties van de band, meestal bestaande uit een Inputlist, Stageplan en technische eisen voor PA en Monitors. (Wordt meestal meegestuurd met het contract of een paar dagen voor het optreden naar de zaal of het PA bedrijf gefaxt)

  • Ruis:
    Ruis ontstaat door de electronen die in alle electrische componenten bewegen. Een goede versterker heeft een ruisniveau dat ca 80 dB lager ligt dan het maximale uitgangsvermogen. In dit kader wordt gesproken van signaal-ruisverhouding.

  • Ruisfilter:
    Een elektrisch filter ter vermindering van hoorbare of onhoorbare ruis

  • Ruisonderdrukking:
    Een systeem waarmee de ruis onderdrukt kan worden. Het bekendste ruisonderdrukkingssysteem is Dolby. Zie ook: Ruis en Dolby.

  • Rumble:
    Bij het opnemen en weergeven van geluid wordt gebruik gemaakt van bewegende delen. Indien dit niet nauwkeurig genoeg gebeurt zijn bijverschijnselen te horen. Enkele van deze bijverschijnselen zijn: rumble, jank en flutter. Jank ontstaat doordat de toonhoogte van de weergegeven muziek in hetzelfde ritme toe- en afneemt. Het resultaat is een herkenbaar "jankend" geluid. Flutter is een soort vibratie die hoorbaar is in het middengebied. Rumble tenslotte is een dofdreunend geluid in het lage tonen gebied (0-800 Hz). Rumble ontstaat doordat trillingen van een plateau worden overgebracht op een element.

  • Sampling frequency or sampling rate:
    Frequentie waarop het originele signaal wordt gemeten, waarna de meetwaardes worden omgezet in digitale informatie.

  • Scratching:
    Door een geschikt stuk geluid op een vinylplaat op te zoeken en de plaat met de hand af te remmen en terug te bewegen een ritmisch geluid maken

  • Send & Return:
    Regelaars per kanaal. Deze worden gebruikt om randapparaten zoals samplers en galm apparaten aan te sturen. De sends kunnen "pre-fade" (voor de fader en dus onafhankelijk van de kanaalfader) zijn of "post-fade" (daarbij volgt het niveau van het signaal de stand van de fader). Zoals gezegd, deze signalen worden onder andere gebruikt om een galm apparaat aan te sturen. De uitgang van het galm apparaat moet natuurlijk weer op het mengpaneel aangesloten worden. Dit wordt dan OF aangesloten op een "return" ingang OF er wordt gewoon een kanaal voor gebruikt. Zorg er in het laatste geval wel voor dat het kanaal wat gebruikt wordt als return voor de galm NIET naar de galm gestuurd wordt; je hebt dan een "lus" gecreëerd. Je kunt dit voorkomen door de "send" van het betreffende kanaal dicht te draaien.

  • Slipmat:
    Laatst werd de vraag gesteld waarom het zo moeilijk was met de rubber "slipmat" te scratchen. Velen zullen om deze vraag lachen. Toch is het iets om bij stil te staan. Niet iedereen weet dus precies wat een slipmat is en hoe hij werkt. De rubber mat die standaard bij een SL1200 geleverd wordt is NIET een slipmat. Een slipmat is gemaakt van een soort vilt (bij voorkeur zonder opdruk). De slipmat komt DIRECT op het draaitafelplateau te liggen. Je moet dus, voordat je de slipmat plaatst, de oude rubber mat verwijderen (bewaar hem wel, voor het geval je de draaitafel ooit gaat verkopen). De meeste slipmatten zijn aan de onderkant voorzien van een glimmende, gladde laag. Die zorgt ervoor dat de mat zeer soepel over het plateau kan glijden (slippery -> slipmat). Bij sommige draaitafels (de goedkopere) is de kracht van de motor niet voldoende om het plateau op snelheid te houden als je het vinyl tegenhoudt. Je kunt dan de wrijving tussen slipmat en plateau nog verder verminderen door een cirkel (iets kleiner dan de slipmat) uit een binnenhoes van een 12" te knippen. Gebruik bij voorkeur de glimmende witte papieren hoezen. Plaats deze op maat geknipte hoes nu tussen het plateau en de slipmat en je zult zien dat de slipmat nog "lichter" werkt. Als dus alles is zoals het hoort, zal het vinyl op een vaste plaats op de slipmat liggen en zal de slip plaatsvinden tussen slipmat en draaitafelplateau.

  • Signaal-ruisverhouding:
    De in decibel uitgerukte waarde tussen de ruis en het maximale geluidsniveau.

  • Skills:
    Wat een DJ aan techniek in huis heeft, dus qua spinning, scratching, beatmixen etc.

  • Snaaraandrijving:
    Het middels een snaar overbrengen van de beweging van een poelie of as naar een plateau.

  • Speakon:
    Vergrendelbare connector voor het transporteren van het (versterkte) audiosignaal van de versterker naar de speakers. Er bestaat een 2-voudige en een 4-voudige variant. De 4-voudige versie wordt gebruikt voor het transporteren een apart lagetonen (subwoofer) en hogetonen (top) signaal.

  • Spectrum analyzer:
    Apparaat om met behulp van een meetmicrofoon de akoestiek van een ruimte te analyseren. Hulpmiddel voor het instellen van de equalizing.

  • Speling op de toon-arm:
    Vooral bij scratchen is het van levensbelang dat er geen mechanische speling op de toon-arm zit. Vooral de goedkopere draaitafels hebben vaak redelijk veel speling op de arm bij het verlaten van de fabriek. Bij de betere draaitafels hoeft dit echter geen probleem te zijn. Een correct ontworpen arm maakt gebruik van conische pinlagers met een afstelmogelijkheid (bijvoorbeeld: Technics, Gemini PT-2100/PT-2400 en de Numark TT-2/TT-100. Controleer dus de toon-arm op speling en laat eventuele speling verwijderen (vooral als je wilt gaan scratchen). Een aantal draaitafels maakt gebruik van een inferieur toon-arm ontwerp. Bij deze draaitafels kun je de speling die er op de toon-arm zit NIET verwijderen. Als je serieus wilt gaan DJ'en kun je deze draaitafels het best links lagen liggen.

  • Speling op het draaiplateau:
    Wederom iets dat vooral bij scratchen een grote "no-no" is. Heel soms kom je draaitafels tegen die speling op de "spindel" (dat is die pen in het midden die precies door het vinyl past) hebben. In alle gevallen die wij ooit gezien hebben is deze speling NIET te verwijderen (het gaat hier om een bronzen lager zonder afstelmogelijkheid).

  • Spinnen:
    Met de hand draaien van de schijf om een bepaalde plek op te zoeken (ook wel cue'en) of voor bepaalde effecten, zie ook backspin

  • Split cue :
    Functie op de hoofdtelefoon uitgang van sommige mixers waarmee zowel het pfl-signaal als het eindsignaal tegelijk kan worden beluisterd. Als split cue is geactiveerd komt op de linker oorschelp het pfl signaal te staan en op de rechter oorschelp het eindsignaal. Dit kan gebruikt worden om het pfl- en het eindsignaal met elkaar te vergelijken.

  • S-Shaped toonarm:
    De toonarm zoals die op een normale draaitafel te vinden is.

  • Subbass:
    Lage tonen die meer voelbaar dan hoorbaar zijn.

  • Subwoofer:
    Een subwoofer is een luidspreker die speciaal is gemaakt voor de weergave van lage tonen. Er zijn twee sooren subwoofers te onderscheiden: actief (met ingebouwde versterker) en passief (geen versterker ingebouwd). Een subwoofer kan voor veel audio en Home cinema oplossingen een welkome aanvulling zijn.

  • Talkover:
    Hiermee kun je door de muziek praten, de muziek wordt dan automatisch wat zachter gemaakt zodat je beter te verstaan bent.

  • Tweeter:
    Een luidspreker die uitsluitend geschikt is voor het weergeven van hoge tonen.

  • Tweewegsysteem:
    Een komplete luidsprekerbox met een speaker voor de hoge en een voor de lage tonen en een scheidingsfilter.

  • Torque:
    De kracht van de draaitafel, sterkte van de motor. Bepaalt hoe snel een tafel op tempo is na een start en hoe stabiel het tempo is

  • True instant start:
    Dit type spelers start niet vanaf de CD maar vanuit een (van te voren gevuld) geheugen. Dit geheugen bevat 1 tot 2 seconden muziek. Deze 1 tot 2 seconden geheugen geven het loopwerk de tijd om de precieze data op te zoeken, waarna het loopwerk steeds het geheugen aanvult. Dit wordt "true instant start" genoemd.

  • Turntablism:
    Het gebruiken van de draaitafel als muziekinstrument

  • VCA:
    Voltage Controlled Amplifier, een electronische volumeregeling

  • VCF:
    Voltage Controlled Filter, oorspronkelijk afkomstig uit synthesizers, een filter om het geluid te vervormen door beplaalde frequenties of frequentiegebieden weg te nemen of juist te versterken. Voorbeelden zijn;

    Highpass (HP, alleen geluid boven een in te stellen frequentie wordt doorgelaten)
    Bandpass (BP, alleen geluid rond de in te stellen frequentie wordt doorgelaten)
    Lowpass (LP, alleen geluid onder een in te stellen frequentie wordt doorgelaten)

  • Versterker:
    Een versterker versterkt een binnenkomend audiosignaal naar een dusdanig signaal wat meerdere luidsprekers kan aansturen. Maar de versterker kan ook nog meer dingen doen (meer is niet perse beter). Een versterker kan het geluid corrigeren, de geluidssterkte en toon- regelen. Een (geintegreerde) versterker bestaat uit twee delen: een voor (of regel-) versterker en een eind- (of kracht)versterker. Zie ook: Geintegreerde versterker, Voorversterker en Eindversterker.

  • Vervorming:
    Elke afwijking van het origineel.

  • Voorversterker:
    Een voorversterker ontvangt een audiosudiosignaal en stuurt dit door naar een of meerdere eindversterkers. Een voor- of regelversterker heeft vaak meerdere functies. De belangrijkste zijn: volumeregeling, klankregeling

  • Vu meter:
    Meter op je mixer die, meestal dmv. groene, gele en rode ledjes, het volume aangeeft in dB.

  • Waterpas:
    Elke draaitafel moet zo "waterpas" mogelijk staan. Alleen dan kloppen de instellingen voor de anti-skating en de naalddruk precies. Er zijn diverse speciale draaitafel waterpassen te koop. Je kunt echter ook gewoon een normale waterpas gebruiken. Pas dan wel op dat je de draaitafel niet beschadigt. Controleer eerst de waterpas van voor naar achter en dan van links naar rechts. Je kunt de draaitafel waterpas zetten (in de meeste gevallen) met de draaivoetjes die zich onder de draaitafel bevinden. Anders voldoen bierviltjes ook zeer goed.

  • Wheels of steel:
    Draaitafels/Turntables

  • Weerstand:
    Een elektrische grootheid uitgedrukt in Ohm.

  • Woofer:
    Luidspreker geschikt voor het weergeven van lage tonen

  • Wow:
    Wow is een langzame snelheidsafwijking die zich voornamelijk op platenspelers en op cassette recorders manifesteert. Het wordt veelal veroorzaakt door een slechte voeding, kromme grammofoonplaten, concentrische aandrijfwielen, een slechte kwaliteit motor of een aandrijfsnaar die aan vervanging tot is.

  • XLR:
    Wijd verbreid type connector gebruikt om apparaten door middel van een gebalanceerde verbinding aan mekaar aan te sluiten. Gekenmerkt door drie pinnetjes. Typische toepassing: microfoonkabels en PA gear. ook wel 'Cannon' genoemd.

 

De laatste tijd kom ik de lijst nogal vaak tegen op andere website's die geen toestemming hebben gehad de lijst te gebruiken.

Gelieve dus eerst contact op te nemen met de webmaster voor je uberhaupt al iets copy en pasted voor publiekelijk gebruik en doe aan bronvermelding.
Wij van AboutDJ steken er ook onze vrije tijd in en dus is het niet erg netjes wanneer een ander er met de "eer" vandoor gaat.
Voor de mensen die er aan twijvelen of AboutDJ wel de eerste was met deze lijst... Ik heb de geprinte versie voordie persoon klaar liggen om in te kijken met de datum 21-11-2003.

Teksten door: New-Line, HiFi.nl, en deels zelf aangepast en geschreven door AboutDJ.nl



AboutDJ Tweets
Gerelateerde items